30 september 2025
Uitgelicht: Hulpverleners in 'driver's seat' met DRIVER+
Annabel Hoven
Beleidsmedewerker
Stel uw vraag
Meer informatie nodig? Stel uw vraag aan één van onze medewerkers
30 september 2025
Beleidsmedewerker
Meer informatie nodig? Stel uw vraag aan één van onze medewerkers
Aardbevingen, natuurbranden of industriële ongelukken zoals een chemische lek - elke crisis is anders, en de wereld wordt steeds onvoorspelbaarder. Hoe weet je of een nieuwe technologie echt werkt in zo’n situatie? En hoe zorg je dat hulpverleners optimaal zijn voorbereid op crisessituaties? Het Europese project DRIVER+ bracht 31 partners uit veertien landen samen om methoden en innovatieve oplossingen voor crisismanagement te ontwikkelen en testen. Door een methodologie handboek, een pan-Europees test-bed, een oplossingsportfolio én een community platform te ontwikkelen, maakt DRIVER+ het verschil. Neth-ER sprak met Marcel van Berlo, programmacoördinator en projectleider bij TNO, en de technisch coördinator van DRIVER+, over de blijvende impact van DRIVER+.

Elke crisis vergt een unieke aanpak. Tegelijkertijd worden samenlevingen steeds complexer en verergert klimaatverandering de intensiteit van rampen. Hierdoor zijn crises moeilijker te voorspellen en te beheersen. Onderzoek en innovatie om nieuwe technologieën en processen te ontwikkelen zijn daarom essentieel. Hoe geef je hulpverleners hierin de regie ? Dit was het doel van het project DRiving InnoVation in crisis management for European Resilience of DRIVER+ onder leiding van TNO. Binnen het Zevende Kaderprogramma werkten 31 verschillende partners uit veertien landen samen aam een vernieuwde benadering van innovatie in crisismanagement. De focus lag op het ontwikkelen en testen van nieuwe innovaties en de rol die hulpverleningsorganisaties hierbij. Nog teveel zijn zij afhankelijk van technologieleveranciers. DRIVER+ zorgde dat zij hier meer hun eigen regie ik konden nemen: zelf bepalen waar behoefte aan is en zelf bepalen welke technologie nodig is en wat de mogelijke meer waarde van zo’n technologie is.
Een belangrijk resultaat van het project was de ontwikkeling van een Trial Guidance Methodology (TGM). Dit stappenplan helpt organisaties om hun eigen knelpunten in kaart te brengen en vervolgens te onderzoeken hoe nieuwe technologieën daarbij kunnen helpen. Met dit handboek kunnen zij ‘trials’ uitvoeren – gecontroleerde en realistische testen waarin innovaties voor crisisbeheersing worden uitgeprobeerd. Voor het opstellen en verfijnen van deze methode voerden de projectpartners samen zelf verschillende trials uit. Inmiddels is de TGM beschikbaar in meerdere talen en gratis toegankelijk.

Binnen het project werden er vier grote trials en een final demonstration uitgevoerd. Deze trials waren deels veldoefeningen en deels gesimuleerde scenario’s. Zo werd bijvoorbeeld een bosbrand in Zuid-Frankrijk nagebootst en een dijkdoorbraak in de Veiligheidsregio Haaglanden. Op basis van deze praktijkproeven ontstond een pan-Europees test-bed: een combinatie van fysieke, methodologische en technische infrastructuurelementen waarmee organisaties zelf trials kunnen uitvoeren en evalueren in een realistische omgeving. Deze technische componenten van het test-bed zijn als open source software beschikbaar. Belangrijk hierbij was dat de software eenvoudig te koppelen is aan bestaande ICT- en informatiesystemen van first responders, die per land en organisaties kunnen verschillen.

Tijdens de trials zijn er allerlei technische en niet-technische oplossingen getest. De belangrijkste bevindingen zijn verzameld in het Portfolio of Solutions. Hiermee wil het project zorgen dat de ervaringen met de tools en solutions breder bekend worden gesteld. Het is een soort ‘virtuele etalage’, legt van Berlo uit. Ontwikkelaars van oplossingen kunnen hier hun bevindingen delen, zodat andere specialisten kunnen zien wat er allemaal al ontwikkeld is voor bepaalde capaciteitstekorten. Sinds kort wordt gewerkt aan een update en vernieuwing van het portfolio, en wel als onderdeel van de Disaster Risk Management Hub. Iedereen is welkom om hier aan bij te dragen. Om zo goed mogelijk gebruik te kunnen maken van zowel het test-bed als de TGM alsook de Portfolio of Solutions, zijn er ook training modules ontwikkeld. Hiervoor zijn verschillende webinars georganiseerd en opgenomen, die nu allemaal beschikbaar zijn op de website van het project.
Van elkaar, en van verschillende situaties leren, stond over het algemeen centraal tijdens het project. Om die reden is er ook een digitaal Community Platform opgezet dat nog steeds actief en groeiende is: het Crisis Management Innovation Network Europe of CMINE. Op dit platform kunnen verschillende partijen en projecten die zich bezighouden met weerbaarheid, risico- en crisisbeheersing informatie delen, samenwerken en documenten uitwisselen. Projectmedewerkers en andere gebruikers kunnen een eigen werkruimte aanmaken voor kennisdeling, en deelnemen aan thematische clusters, zodat projecten met vergelijkbare doelen makkelijker met elkaar in contact komen. Zo stimuleert CMINE nog steeds blijvende samenwerking en synergie, ook na afloop van het project.

DRIVER+ mag zich letterlijk een succesverhaal noemen: direct na afronding heeft het project een success-story-label ontvangen van de Europese Commissie. In 2020 werd het bovendien uitgeroepen tot één van de tien Innovation Breakthrough projecten van dat jaar door het Uitvoerend Agentschap Onderzoek (REA) van de Commissie. Ook vijf jaar na afronding, ontvangt het project nog prijzen. In juni 2025 kende de Commissie het project de Security Innovation Award 2025 toe tijdens het Security Research Event voor de beste open source innovatie

Dr. Marcel van Berlo is projectleider en programmamanager op het gebied van weerbaarheid en nationale veiligheid binnen TNO Defensie en Veiligheid, en de EU-manager voor Civil Security research. Hij is voorzitter van de Working Group Security & Defence research van EARTO, de European Association of Research and Technology Organisations. Daarnaast is Marcel lid van het door de EC ingestelde expert team van CERIS (Community for European Research and Innovation for Security) dat DG HOME ondersteunt bij de strategische programmering van het Europese civil security onderzoek.
In de reeks “Uitgelicht” zet Neth-ER EU-gefinancierde onderzoeks-, innovatie- en onderwijsprojecten van haar leden en achterban in de schijnwerpers. Voor dit artikel spraken we met Marcel van Berlo, programmacoördinator en projectleider bij de Nederlandse organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek (TNO). Van Berlo was de technische coördinator voor het project DRIVER+, dat tussen 2014 en 2020 liep en werd gefinancierd onder het Zevende Kaderprogramma van de EU.